Heerlijk helder: Heineken vangt bot in kort geding

Heineken vangt bot in kort geding tot ontruiming Café De Tramhalte!

Door de overheidsmaatregelen ten aanzien van de Coronacrisis verkeert het 140 jaar oude Roermondse café in zwaar weer, net als talloze andere horecaondernemers in Nederland. De Tramhalte was in september 2019, net voor de lockdown van maart 2020, overgenomen door twee jonge ambitieuze ondernemers van 27 jaar. De omzet was buitengewoon goed. Toen moest de horeca in Nederland sluiten.

Heineken beweerde dat de Tramhalte meer dan € 20.000,00 huurschuld had. Er was inderdaad een achterstand, hoewel die bij lange na niet zo groot was als Heineken beweerde. De brouwerij bleek een substantieel deel van de betalingen van De Tramhalte niet, althans niet juist te hebben verwerkt. Het Roermondse café was verder nog in afwachting van enkele aanzienlijke bedragen in verband met de financiële steunmaatregelen van rijk en gemeente. Daarop wilde Heineken echter niet wachten, en vorderde in kort geding zonder meer ontruiming.

Nadat de overheidssteun was ontvangen kon De Tramhalte enkele dagen voor de zitting vrijwel de gehele huurachterstand in één keer betalen. Die bleek ter zitting uiteindelijk nog maar 120 euro groot te zijn, al werd dat door Heineken betwist.  De vordering tot ontruiming werd ter zitting schoorvoetend ingetrokken.

In alle haast werd kort voor de zitting, na betaling van de huurachterstand, nog de waarborgsom van € 11.500,00 euro gevorderd, waar Heineken ruim 1,5 jaar niet naar had omgekeken. Daarmee maakte de kantonrechter korte metten: “Kennelijk is het dus voor haar geen dringende zaak” overwoog de kantonrechter in het vonnis. Heineken heeft geen spoedeisend belang en is niet-ontvankelijk in haar vordering.

Met betrekking tot de gevorderde huur achtte de kantonrechter nog van belang dat De Tramhalte Heineken heeft gedagvaard in een bodemprocedure waarin De Tramhalte huurverlaging vordert in verband met de geldende Coronamaatregelen. Die zaak is nog onder de rechter. De kantonrechter wees erop dat in meerdere procedures een huurkorting van 50% is toegekend.

Wordt vervolgd!

Lockdown kan leiden tot forse huurverlaging voor Horecaondernemers en winkeliers !

HuurkortingSinds maart 2020 zijn veel horecaondernemers die hun café of restaurant huren beperkt in hun mogelijkheden om omzet te genereren.  Sinds de zogenaamde harde lockdown is er zelfs helemaal geen omzet mogelijk voor de meeste ondernemers met een café of een zogeheten niet-essentiële winkel. De huur is vaak niet meer op te brengen.

Steeds meer rechters zijn van oordeel dat de getroffen horecaondernemers aanspraak kunnen maken op een huurverlaging. Vaak tot 50% en soms zelfs met terugwerkende kracht! De meest recente uitspraak is van de rechtbank Den Haag, die woensdag 27 januari is gepubliceerd.

De overheidsmaatregelen ten gevolge van de coronacrisis worden beschouwd als onvoorziene omstandigheden, en soms ook als een gebrek in het gehuurde waardoor gebruik overeenkomstig de bestemming onmogelijk is. Geoordeeld wordt vaak dat de “pijn” moet worden verdeeld.

Komt u ook in aanmerking ?

Meer weten? Neem gerust contact op voor een gratis kennismakingsgesprek gesprek.

 

Er is ook al een uitspraak geweest van de rechter

De coronacrisis en de getroffen overheidsmaatregelen hebben geleid tot een fundamentele verstoring van het evenwicht in de huurovereenkomst. Deze omstandigheden zijn naar het oordeel van de kantonrechter van dien aard dat naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is te achten dat de verhuurder een ongewijzigde instandhouding van de huurovereenkomst zou mogen verlangen. Om één en ander weer in balans te brengen weegt enerzijds mee dat de verhuurder het gehuurde weliswaar feitelijk beschikbaar kan stellen aan de huurder , maar dat deze beschikbaarstelling voor hen iedere zin heeft verloren, omdat het gehuurde niet, althans niet naar volle omvang, geëxploiteerd kan worden. Anderzijds is het onder de gegeven omstandigheden evenmin redelijk om de betalingsverplichting van huurder te matigen tot nihil vanwege deze omstandigheden. Nu huurder en verhuurder geen verwijt kan worden gemaakt aan het ontstaan van de onvoorziene omstandigheden, ligt het in beginsel voor de hand om het financiële nadeel van de overheidmaatregelen tussen partijen te verdelen.

 

De kantonrechter heeft beslist dat de gevolgen van de coronacrisis gelijkelijk over partijen verdeeld worden gedurende de periode waarin de huurder de exploitatie van het café geheel heeft moeten staken. De kantonrechter heeft bepaald dat de huurder 50 % van de huurprijs verschuldigd is over de periode van 15 maart 2020 tot en met 31 mei 2020 en in de periode vanaf 15 oktober 2020 tot en met het moment dat de sluitingsmaatregel eindigen zal. In de periode van beperkte opening is een vermindering van de huurprijs met 25 % gerechtvaardigd. De huurovereenkomst wordt op deze manier (tijdelijk) gewijzigd.

 

Bestuurdersaansprakelijkheid: onterecht beslag voorkomen

Bestuurdersaansprakelijkheid: onterecht derdenbeslag op management fee bij eigen holding voorkomen.

Een schuldeiser legt derdenbeslag, maar het beslag treft geen doel omdat de betalingsroute tussen de verschillende partijen kort daarvoor wordt gewijzigd. De schuldeiser spreekt de bestuurders van de betrokken vennootschappen aan, maar vangt bot. De bestuurder in kwestie, die in privé recht had op een management fee als bestuurder in een derde vennootschap, declareerde die fee via zijn eigen holding. Toen die holding getroffen dreigde te worden door derdenbeslag werd de fee door de bestuurder langs andere weg gedeclareerd. Zo heeft hij voorkomen dat zijn fee getroffen werd door het derdenbeslag onder de holding. En daartoe was hij bevoegd, aldus het Hof. Dat de bestuurder in die omstandigheden ervoor koos om de aan hem verschuldigde management fee niet langer via zijn holding te declareren, om zo zijn inkomsten veilig te stellen, stond hem vrij en is niet onrechtmatig jegens de beslag leggende partij.

Zie deze uitspraak :https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:GHARL:2020:10284&showbutton=true&keyword=soentjens

 

ontslag wegens roken op de werkplek ?

Ontslag op staande voet i.v.m. roken vernietigd door Kantonrechter

De kantonrechter vernietigde gisteren het ontslag op staande voet omdat de werkgever zich niet aan het eigen antirookbeleid houdt. B

https://www.rtlnieuws.nl/economie/life/artikel/5200355/nietig-ontslag-op-staande-voet-roken-werk-rookverslaving

Arbeidsrecht en covid-19

Het coronavirus heeft zonder meer een enorme impact op de samenleving. Het RIVM heeft vanaf de uitbraak van Covid-19 in Nederland het advies gegeven zoveel mogelijk thuis te werken.

In een zaak die resulteerde in het vonnis van de kantonrechter Nijmegen van 16 juni 2020 (gepubliceerd op Rechtspraak.nl als ECLI:NL:RBGEL:2020:2954) eist een werkneemster in kort geding op grond van de Wet flexibel werken veroordeling van werkgever tot nakoming van een schriftelijke toezegging om thuis te mogen werken. Mocht dat niet worden toegewezen dan eist werkneemster veroordeling van haar werkgever tot wijziging van de arbeidsplaats, in die zin dat het haar wordt toegestaan om thuis te werken.

De werkgever, een onderneming met minder dan 10 werknemers die zich richt op de verkoop en installatie van horeca-keukens, heeft werkneemster geen toestemming gegeven om thuis te werken. Net als de horeca – alsmede de bedrijven die van de horeca afhankelijk zijn, waaronder voornoemde werkgever – heeft de lockdown grote gevolgen gehad voor de omzet van deze werkgever. Toen het kabinet de eerste versoepelingen in de horeca aankondigde, heeft werkgever op 6 mei 2020 de werknemers per email verzocht de werkzaamheden weer vanuit kantoor te gaan verrichten. Dit omdat te verwachten viel dat alle zeilen bijgezet moesten worden om de grote drukte aan te kunnen en de verliezen zoveel mogelijk te beperken. Daarbij zijn, met inachtneming van de veiligheidsadviezen van het RIVM, vele maatregelen getroffen om de werkplek zo veilig mogelijk te maken.

Alle werknemers verschenen op de werkplek, behalve deze werkneemster.

De kantonrechter oordeelde op 16 juni 2020 met werkgever dat de Wet flexibel werken (de Wfw) niet van toepassing was omdat in de onderneming minder dan 10 werknemers werkzaam waren. Dat formele argument leidde al tot afwijzing van de primaire vordering.

Daarnaast oordeelde de kantonrechter dat een arbeidsplaatswijziging in kort geding niet kan worden uitgesproken. Opnieuw een formeel argument, ditmaal ontleend aan het Wetboek  Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), waarin het burgerlijk procesrecht is geregeld.

Daarmee is in principe de kous af, zonder dat inhoudelijk is ingegaan op de vraag of het advies van het RIVM meebrengt dat een werknemer ook een afdwingbaar recht heeft op thuiswerken. Dat zou echter nogal onbevredigend zijn, aangezien dit de eerste uitspraak is van een rechter over deze kwestie.

De kantonrechter gaat gelukkig niettemin verder met een overweging ten overvloede, dat de vordering – naar aanleiding van de vraag “heeft een werknemer recht op thuiswerken?”- ook op inhoudelijke gronden niet toewijsbaar is. Werkgever heeft immers de verplichtingen die voortvloeien uit goed werkgeverschap, waaronder de instructiebevoegdheid en/of de zorgplicht, niet geschonden.

Daarbij is van belang dat werkgever alle maatregelen heeft getroffen die het RIVM heeft geadviseerd om een veilige werkplek te waarborgen. Er zijn, anders gezegd, passende Corona-maatregelen genomen.

Instructiebevoegdheid versus RIVM-advies

De noodzaak om op de werkplek te verschijnen is voldoende aannemelijk gemaakt Daarmee gaat het zeer algemeen geformuleerde overheidsadvies over zoveel mogelijk thuis werken niet zover dat daaruit in deze specifieke arbeidsverhouding “recht op thuiswerken” ontstaat. Anders gezegd: het standpunt dat dit overheidsadvies de instructiebevoegdheid van werkgever inperkt en/of op grond van redelijkheid en billijkheid zonder meer door een goed werkgever moet worden gevolgd, houdt geen stand.

Toen deze kwestie aan ondergetekende werd voorgelegd was er geen jurisprudentie over dit vraagstuk. Wel werd algemeen aangenomen dat een recht op thuiswerken niet kon worden afgeleid uit het daartoe strekkende overheidsadvies.

De instructiebevoegdheid van de werkgever, één van de wezenlijke kenmerken van de arbeidsovereenkomst, wordt aldus niet beperkt door het RIVM-advies. Maar uit het vonnis valt af te leiden dat de noodzaak van de opdracht om op het werk te verschijnen, alsmede de aan- of afwezigheid van passende Corona-maatregelen die de werkgever getroffen heeft, argumenten zijn die de uitkomst wel eens heel anders zouden kunnen maken.

En daarnaast mag niet uit het oog worden verloren dat de kantonrechter in deze zaak eigenlijk niet is toegekomen aan de vraag wanneer een werknemer wel recht heeft om thuis te werken vanwege de omvang van deze onderneming. Hoe de rechter beslist zou hebben als het een  werkgever betrof met meer dan tien medewerkers is nog onduidelijk. En hoe het antwoord zou luiden als de initiatiefwet van D66 en GroenLinks wordt aangenomen, waarin van thuiswerken een recht wordt gemaakt evenmin.

Wordt (ongetwijfeld) vervolgd.

 

Advies nodig over  arbeidsrecht en covid-19

Bel mij op 0314-667705

of mail naar : jan.soentjens@soentjensadvocatuur.nl

Strafrecht

U wordt verdacht van een strafbaar feit en moet voorkomen bij de rechtbank, kantonrechter of politierechter. Of u bent juist slachtoffer geworden van een misdrijf. Dan is bijstand van een ervaren advocaat onontbeerlijk!

Als verdachte in een strafproces staat veel op het spel. Soms is dat uw vrijheid of uw vermogen. Soms uw reputatie. Ondanks de inspanningen van politie en justitie om u een eerlijk proces te bieden, is de bijstand van een raadsman die uitsluitend voor uw belangen opkomt noodzakelijk. Een raadsman waarmee u in vertrouwen overleg kunt plegen en die ervoor waakt dat uw belangen worden geëerbiedigd. En een raadsman die samen met u probeert het beste resultaat te bereiken.

Ook als slachtoffer van een strafbaar feit is bijstand van een advocaat van groot belang. Soms wordt een verdachte niet vervolgd of heeft u het gevoel niet serieus genomen te worden bij aangifte van een strafbaar feit. Maar ook als een verdachte wel vervolgd wordt kunt u als benadeelde partij in een strafproces op een eenvoudige wijze uw schade vergoed zien. Daarbij is het van belang dat uw vordering op een glasheldere wijze aan de rechtbank wordt gepresenteerd en toegelicht. Indien uw vordering wordt toegewezen in een strafproces bespaart u zich een langdurige, kostbare en ingewikkelde procedure bij de burgerlijke rechter.

U kunt ons bereiken via:

10. Hoe kom ik aan een goede arbeidsovereenkomst?

De arbeidsovereenkomst is een belangrijk document waarin werkgever en werknemer de gemaakte afspraken vastleggen over het werk en de voorwaarden waaronder dit verricht zal worden. Veel (vooral kleinere) werkgevers laten een boekhouder of accountant een arbeidsovereenkomst opstellen. Toch is het van belang dat dit belangrijke contract wordt opgesteld door een adviseur die van de hoed en de rand weet en die alleen afspraken op papier zet die kunnen en mogen worden opgenomen. Een adviseur die weet welke beperkingen de wet en de eventueel toepasselijke CAO aan arbeidsovereenkomsten stellen.

Veel werkgevers en werknemers realiseren zich namelijk niet dat niet alle afspraken toegestaan zijn. Inmiddels is wel bekend dat bijvoorbeeld een proeftijd van meer dan twee maanden nietig is, maar stel dat u een loon afspreekt in strijd met een algemeen verbindend verklaarde CAO? In dat geval kunt u na vele jaren geconfronteerd worden met een loonvordering van vele (tien)duizenden euro’s.

Uit het voorgaande blijkt wel dat het van groot belang is dat u een arbeidsovereenkomst laat opstellen door een adviseur met verstand van zaken. Soentjens Advocatuur helpt u graag bij het opstellen van arbeidsovereenkomsten of met het beoordelen van bestaande.

U kunt ons bereiken via:

Terug naar Veelgestelde vragen

9. Hoe kunt u een werknemer ontslaan?

U heeft diverse mogelijkheden en er zijn meerdere redenen op grond waarvan dit kan.

De belangrijkste mogelijkheden voor beëindiging van de arbeidsovereenkomst zijn:

  • Ontslag met toestemming van het UWV (ontslagvergunning)
  • Ontbinding via de kantonrechter
  • Beëindiging met wederzijds goedvinden; via een beëindigingsovereenkomst (vaststellingsovereenkomst).

Redenen kunnen onder meer zijn:

  • Disfunctioneren werknemer
  • Een verstoorde arbeidsverhouding
  • Bedrijfseconomische redenen
  • Reorganisatie van de werkzaamheden

Als de redenen gelegen zijn in het functioneren van de werknemer is het van groot belang dat u voldoende bewijsmateriaal heeft om dit aannemelijk te maken. U dient een werknemer immers de kans te hebben geboden zich te verbeteren en een redelijke termijn daarvoor te bieden. Zo is het verstandig regelmatig functioneringsgesprekken te voeren en deze ook behoorlijk op papier te zetten. Liefst ook door de werknemer getekend. Veel ontslagzaken lopen voor een werkgever verkeerd af doordat dit niet is gebeurd! Ook het vastleggen van waarschuwingen in (aangetekende) brieven vormt belangrijk bewijsmateriaal.

Soentjens Advocatuur kan met u de zaak bespreken en u advies geven. Vaak is een vrijblijvend kort (telefoon)gesprek al geschikt om te bezien wat er ondernomen moet worden en wat dat kost.

U kunt ons bereiken via:

Terug naar Veelgestelde vragen

8. Wanneer mag u iemand ontslaan op staande voet?

Ontslag op staande voet is een heel zwaar middel dat alleen in uitzonderlijke situaties mag worden toegepast. De gevolgen voor een werknemer zijn erg groot, en na een ontslag op staande voet zal een werknemer het er vaak niet bij laten zitten. Een rol daarbij speelt daarbij dat een werknemer geen recht heeft op een uitkering bij een ontslag op staande voet. Een procedure is niet zelden het gevolg van een ontslag op staande voet.

De wet somt een aantal gevallen op waarin ontslag op staande voet gegeven mag worden. Grofweg moet gedacht worden aan de meeste misdrijven, zoals diefstal, maar ook mishandeling, belediging en oplichting. Daarnaast zijn het bij herhaling te laat komen en werkweigering onder omstandigheden soms een reden voor ontslag op staande voet. En meestal moet er ook nog sprake zijn van de spreekwoordelijke druppel die de emmer doet overlopen. En dat alles moet u bewijzen. Daarom is het van groot belang dat u een dossier opbouwt, waarin zich voldoende bewijsmateriaal bevindt.

Een extra moeilijkheid wordt gevormd door het feit dat een ontslag op staande voet onmiddellijk gegeven moet worden nadat de reden zich heeft voorgedaan. Rustig een paar dagen nadenken en intussen de werknemer verder laten werken heeft vaak tot gevolg dat het ontslag op staande voet nietig is. Zelfs als u (los van deze vertraging) een hele sterke zaak heeft!

Als u twijfelt, heeft u een adviseur nodig die u razendsnel kan aangeven wat u wel of juist niet moet doen.

U kunt ons bereiken via:

Terug naar Veelgestelde vragen

7. U bent op staande voet ontslagen! Wat nu?

Als u het niet eens bent met het ontslag, en u wilt daar iets aan doen, dan is het volgende van groot belang. Het ontslag op staande voet kan alleen ongedaan worden gemaakt – vernietigd – door de kantonrechter. Dat moet bij verzoekschrift worden verzocht binnen twee maanden na het ontslag op staande voet. Na die twee maanden vervalt dit recht. Doet u dit niet op tijd dan staat het ontslag op staande voet vast, en is hier in principe niks meer aan te doen!

Vaak vragen werkgevers om voor akkoord te tekenen, of om met wederzijds goedvinden uit elkaar te gaan. Dat kan snel een einde maken aan een vervelende situatie. Doet u dit echter nooit zonder eerst juridisch advies in te winnen! De gevolgen zijn immers vaak erg groot. Zo krijgt u bij een geldig ontslag op staande voet in principe geen uitkering.

Omdat ontslag op staande voet zulke vergaande gevolgen heeft worden er zware eisen gesteld aan de geldigheid. De kans is dan ook vaak vrij groot dat het ontslag met succes kan worden aangevochten!

U kunt ons bereiken via:

Terug naar Veelgestelde vragen